Whispering Sons – The Great Calm Mysterieus en profetisch.

Whispering Sons is al een aantal jaren de postpunktrots van België met als unique selling point de vrouwelijke bariton van Fenne Kuppens. De band tourt door heel Europa. Sinds 2015 leverde het Vlaamse gezelschap een ep, wat singles en twee langspelers af: doorbraakplaat Image, en het avontuurlijke Several Others. Op derde plaat The Great Calm verlegt de formatie opnieuw de eigen muzikale grenzen.

Het album opent met het ingetogen ‘Standstill’. Het maakt nieuwsgierig naar meer. Tijdens ‘Walking, Flying’ blijkt dat vooral het gitaargeluid wezenlijk verschilt van eerder werk: meer gruizige postpunk, minder galmende new wave. Gecombineerd met de warme, stuwende baslijn van Bert Vliegen en de rechttoe rechtaan drums van Tuur Vandeborne, is het een lichtvoetige en opwindende track. Net zoals het met tokkelende gitaar opgesierde, al net zo energieke punkpopnummer ‘The Talker’. Het zijn de twee minst barokke nummers van de plaat.

Toch blijft er genoeg duisters over. Waar voorganger Several Others één rustig nummer bevatte, telt The Great Calm er vier. Het al eerder uitgebrachte ‘Cold City’ kabbelt rustig en sfeervol voort. Het piano- en vioolgerichte ‘Still, Disappearing’ is een ijzig klinkend hoogtepunt. ‘Balm (After Violence)’ voelt dan juist weer berustend en mystiek aan.

Tekstueel gezien valt ‘Oceanic’ het meeste op, misschien wel van de hele plaat. Al praatzingend brengt frontvrouw Fenne Kuppens haar allereerste liefdeslied: “And I murmur that I love her”. Toch behoudt Kuppens ook in deze song haar eigen donker fluisterende zangstijl. Met het opvoeren van piano- en synthaccenten krijgen haar vocalen een andere lading. Kuppens’ beproefde dreigende aanwezigheid verandert hierdoor in mysterieus en profetisch.

Stevige songs vergeet de groep eveneens niet op The Great Calm: in het ijzersterke ‘Dragging’ bijvoorbeeld, speelt Whispering Sons met postpunk, shoegaze en new wave. Ook ‘Something Good’ en ‘Loose Ends’ doen denken aan hedendaagse bands als Marathon of Editors. De band wisselt op deze plaat meer dan ooit tussen stijlen en songstructuren. Maar ontegenzeggelijk blijft het Whispering Sons, zoals blijkt uit de puike afsluiter ‘Try Me Again’: “This is me, this is who I am”.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *