Foto’s: Peter
Precies op tijd wandelen vijf keurig geklede heren het podium van de Tolhuistuin op. Gitaren worden vastgegespt, Francis MacDonald pakt zijn drumstokjes en Euros Childs neemt plaats achter zijn toetsen. Teenage Fanclub staat bijna bejaard maar zeer gemotiveerd voor een volgelopen zaal. ‘Tired of Being Alone’, een track van het album Nothing Lasts Forever (2023) wordt ingezet. Bijna vier minuten later is de kop er af en wordt het publiek begroet.

Toetsenist bij Teenage Fanclub is Euros Owen Childs en hij zit even daarvoor nog alleen op het podium. Sinds januari 2019 speelt de man, die ooit frontman was in Gorky’s Zygotic Mynci, in Teenage Fanclub. Hij verzorgt indien gewenst het voorprogramma. Na dertig minuten het publiek te hebben vermaakt, heeft Childs het weinige Nederlands dat hij beheerst geoefend en verwijst het publiek naar de tafel met merchandise in de hal. De lijst met albums van Euros Childs [foto hierboven] is lang en daarnaast is er een reeks ep’s en singles. Ook op het podium laat de muzikant uit Wales horen songs gemakkelijk uit de mouw te schudden. Childs staat voor plezierig in het gehoor liggende popmuziek, humor in de aankondigingen en gebroken Nederlands in de anekdotes die hij vertelt. Het eerste half uur van de avond vliegt om.
In de pauze wordt ‘City of New Orleans’ gedraaid. De hit van Willy Nelson en Arlo Guthrie, geschreven door Steve Goodman, wordt in de vertaling van Gerard Cox, Kees van Kooten en Wim de Bie, ‘‘t Is Weer Voorbij Die Mooie Zomer’, hartstochtelijk meegezongen.

Daarna is het de beurt aan Teenage Fanclub [openingsfoto en foto hierboven] en ook dat betekent een reis terug in de tijd. De groep werd opgericht in 1989. Met de derde langspeler Bandwagonesque scoort de groep in 1991 de toppositie in de jaarlijstjes, vóór Nirvana met Nevermind en R.E.M. met Out of Time. Door de jaren heen schuift de groep van noiserock naar powerpop, waarbij de gitaristen Norman Blake en Raymond McGinley elk de helft van de liedjes componeren.
‘Tomorrow People’ is de eerste track van het nieuwe album Do Not Dare To Dream. Het is een compositie van McGinley. Direct daarna volgt ’Day in the Sun’, inderdaad een liedje van Norman Blake. Blake, die overigens op het podium nog net zo’n stuiterbal is als bij eerdere optredens in de vorige eeuw. Hij krijgt telkens een gestemde gitaar aangereikt, kondigt af en toe een song aan, maar verslikt zich in de snelheid waarmee hij vertelt en rakelt anekdotes op van eerdere optredens. Het is amusant en verveelt geen moment.
Twintig nummers speelt de groep. De ritmesectie Francis MacDonald (drums) en Dave McGowan (basgitaar) speelt betrouwbaar, maar ook zonder zweetdruppels. Euros Childs lijkt af en toe een anekdote te willen vertellen, maar blijft achter de toetsen. Blake en McGinley verdelen de setlist vlekkeloos.
In de huiskamer van de fan is Teenage Fanclub de afgelopen jaren een band met een loepzuiver en daardoor soms wat saai en vooral beschaafd geluid. Goede liedjes, maar het avontuur van de eerste jaren ontbreekt. In de Tolhuistuin is meer te beleven. De groep laat rafelrandjes horen die het geluid oppoetsen en breder maken. Debuutsingle ‘Everything Flows’ van debuut A Catholic Education uit 1990 sluit het concert af. Voor de fan is het later die avond de plaat die in de speler wordt geschoven om nog even te genieten van de noisepop uit vervlogen jaren.
Teenage Fanclub








Euros Childs



