Weinig bands hebben zo’n cool geluid als Swell. De groep wordt in 1989 opgericht in San Francisco en combineert folk, punk, psychedelische invloeden en atmosferische geluiden tot een stemmig en filmisch geheel. Na het succes van Swell (1990) en Well? (1991) tourt de band door de Verenigde Staten en Europa. Ze delen het podium met artiesten als Mazzy Star en The Flaming Lips. Rond 2000 wordt Swell het soloproject van zanger David Freel, tot hij plots overlijdt in 2022. Als eerbetoon aan Freel en de muziek van Swell tourt een deel van de originele bandleden door Europa, met een optreden in poppodium Mezz in Breda.
De kleine zaal is vol. Door een kenmerkend eigen geluid heeft Swell nog steeds naamsbekendheid in Nederland. De akoestische gitaarmelodieën zijn fel, het instrument is nauwgezet gestemd. Het spel wordt verzorgd door John Dettman-Lytle, hij neemt ook de ingetogen zang voor zijn rekening. Als iemand uit het publiek hem vraagt welke gitaar hij bespeelt, vertelt hij dat het een originele Takaminegitaar betreft, en zegt terecht: “I got lucky“. Ook Freel speelde op dit model. Door de stalen snaren van de Takamine zijn de snaaraanslagen extra goed hoorbaar. Dat zorgt voor een prachtig geluid dat zowel ontstellend mooi is als punkachtig en krachtig.
Zoals bij ‘Forget About Jesus’. Philippe Gunst voegt er donkere synthesizertonen aan toe. Het is een van de uitmuntend sterke songs van 41. In 1993 nam de rondtourende vriendengroep het op in Turk Street 41, waar de band destijds samenwoonde. De plaat heeft een ruimtelijk geluid, en de ramen naar buiten stonden altijd open: er zijn allerlei ambient veldfragmenten te horen. Het wordt ook wel beschouwd als het meest complete album van Swell: het voelt zonde om het tussentijds te laten stoppen met draaien. In 2024 werd het heruitgebracht op het Franse label Talitres.
Drummer Sean Kirkpatrick vertelt dat ook Swell’s tweede plaat Well? elk moment op Talitres zal worden heruitgegeven. De gelaagdheid van het geluid van Well? komt pas live echt tot zijn recht, door de donkere synthklanken van ‘At Long Last’. Laagje voor laagje worden de nummers opgebouwd. Wanneer daar de schreiende slidegitaren van Philippe Gunst bij komen, wordt het nummer nog meer voelbaar. Alsof de voorlampen van een elegante wagen aanschieten, in een donkere film noir. Het beeldende, filmische effect dat de muziek van Swell op je kan hebben, wordt opgebouwd met een gitaarlijn van zes tonen. De bandleden spelen de hele avond lang geen noot te veel. Het is verbluffend om te zien hoe de band met maar weinig middelen een enorme klankkleur kan bereiken.
Na de nummers volgt dan ook steeds luid applaus. Het contact tussen band en publiek is nog bijzonderder wanneer de hele zaal ook na het einde van ‘Sunshine, Everyday’ blijft doorzingen:“Everyday, sunshine / Everyday, sunshine”. ‘What I Always Wanted’ wordt ten slotte door Kirkpatrick speciaal opgedragen aan David Freel. Het nummer van Too Many Days Without Thinking (1997) is een van de beste die de groep ooit schreef, en wordt live nogmaals stralend uitgevoerd.
Na de show liggen er prints van de plaathoes klaar; Kirkpatrick heeft die geschilderd. Ook hij heeft zich van zijn beste kant laten zien, met spaarzame drumritmes. Hij is dan ook mede bepalend voor het geluid van deze unieke band die het verdient om doorverteld te worden. Het gaat daarbij niet om overdaad maar juist om weloverwogen geluid waarin hout, snaren en lucht net zo belangrijk zijn als metaal, versterkers en volume. Very cool.
Lees meer over Swell: Heruitgave meesterwerk.
