Buffalo Tom + Beezewax – Paradiso, Amsterdam (02-12-2018) Sinterklaas en Chanoeka

Er komen heel wat feestdagen voorbij in Paradiso op deze eerste en druilerige zondag in december. Frontman Bill Janovitz van Buffalo Tom wenst de bezoekers een fijne Sinterklaas, een happy Chanoeka én een Merry Christmas. Het wordt sowieso een feest. De opgetogen fans rennen niet naar het podium maar bezetten als eersten alle stoelen op de balkons van de zaal. Het verraadt hun leeftijd. Leeftijdsgenoten van de mannen van Buffalo Tom: vijftigplussers Bill Janovitz (zang, gitaar), Chris Colbourn (bas, zang) en Tom Maginnis (drums). Zij debuteren in 1988 met het album Buffalo Tom. Sindsdien brengen zij – met pauzes – eerlijke, alternatieve en recht-uit-het-hart rockmuziek.

De twintigers van het Noorse Beezewax (foto hierboven) zijn beïnvloed door de nineties en duidelijk fan van Buffalo Tom, Band Of Horses en Hüsker Dü. Reuzen waar de te lichtvoetige indiemuziek van deze vrolijkerds zich nog lang niet mee kan meten. Het nummer ‘Closer’ is aanleiding om het binnendruppelende publiek dichter bij het podium uit te nodigen. De vloer loopt vol, maar de band weet de aandacht niet op te eisen.

Where have my heroes gone today?”, vraagt Buffalo Tom zich af in het openingsnummer ‘Summer’. Het maakt het publiek niet uit waar Mick, Keith en Willie Mays nu zijn. Voor hen geldt alleen het heldentrio: Buffalo Tom. De trip down memory lane wordt meteen ingeslagen met dit nummer van het album Sleepy Eyed (1995). Hand in hand met het publiek gaat de band nog dieper de jaren negentig in met vertrouwde klassiekers als ‘Treehouse’, ‘Mineral’ en ‘Velvet Roof’. Ondanks de lange staat van dienst spelen de heren met energie, passie en plezier. De scherpe teksten en het getalenteerde spel komen rechtstreeks uit het hart. Eerlijk, gemeend en oprecht. Dat voelt het publiek ook.

Alle generaties in de zaal zijn na het eerste blokje enthousiast. Ook Beezewax staat inmiddels voor in de zaal en de Noren zingen elk woord van hun grote voorbeelden mee. De set bestaat niet enkel uit nostalgie en crowdpleasers. Nummers van het eerder dit jaar uitgebrachte album Quiet & Peace doorspekken de setlist: het countryrockachtige ‘CatVMouse’, ‘All Be Gone’ (Bill bezingt het gemis van zijn zoon en dochter als hij onderweg is) en de lieve ballad ‘Freckles’ in de tweede toegift. Halverwege de set brengt Chris Colbourn iedereen weer terug naar begin jaren negentig met het prachtige ‘Late At Night’ van het album Big Red Letter Day.

De bandleden hebben een doordeweekse uitstraling. De muziek is echter bedrieglijk gewoon, want de composities zijn razend knap. Het typeert het karakter van de groep, die al dertig jaar samen is. Het gaat om de muziek, zonder fratsen. Dat maakt ze benaderbaar en bereikbaar en fans praten dan ook tussen de nummers door met Bill en Chris. Bill vraagt tussendoor aan de mensen waar men zoal vandaan komt. Verschillende steden zoals Bologna worden om het luidst geroepen. Ook aan verzoekjes geeft het trio gehoor. Grazie Buffalo Tom.

Tekst door Judith Zandwijk

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *