Concerten op de maandagavond zijn in Vera te Groningen eerder uitzondering dan regel. Het moet dan wel een niet te missen band zijn. Dit geldt zeker voor Uncle Acid and the Deadbeats uit het Britse Cambridge. De band combineert al ruim vijftien jaar onder andere het geluid van de langhaarperiode van The Beatles met de vroege Black Sabbath. Het gevolg zijn stroperige, maar bovenal melodieuze gitaarlijnen. Daarbovenuit torent de ijle zang van Kevin Starrs, die zingt over allerminst luchtige zaken als satanisme en massamoordenaars. Tel daarbij de fascinatie van de band voor culthorrorfilms op, en je weet dat het allerminst gezellig maar wel indrukwekkend wordt.

Als support heeft Uncle Acid and the Deadbeats het uit Chicago afkomstige REZN [foto hierboven] meegenomen. Het kwartet probeert de rafelranden van de metal op te zoeken door bijvoorbeeld invloeden uit shoegaze en progrock los te laten, als sfeermakers van de muziek. In een broeierig Vera lukt dat bij momenten, zeker wanneer instrumenten zoals saxofoon langskomen. De zang van Rob McWilliams klinkt op het podium toch iets minder toonvast dan op plaat. Daarnaast klinkt het gros van de nummers als enigszins inwisselbare metal. REZN is een goede band, maar het muzikale avontuur blijft te vaak hangen in goede bedoelingen.
De laatste plaat van Uncle Acid and the Deadbeats [openingsfoto en overige foto’s] is Nell’ ora blu uit 2024. Een bijzondere plaat, want het is een soundtrack bij een imaginaire Giallo-film: een Italiaans subgenre met als rode draad moordmysteries. Op de achtergrond van het bedwelmende optreden fungeren fragmenten uit deze films als beeldprojecties. Het versterkt en bevestigt de unheimische sfeer die de band van begin tot eind op zeer kiene wijze weet neer te leggen.

Maar het is niet alleen horror wat de klok slaat in een goed gevuld Vera. Ook het broeierige van een grote stad, met vervuiling en afzichtelijkheid, komt langs. De gemene deler is hierbij de lome, dopey sfeer die de formatie neerlegt in slepende riffs en descriptieve zanglijnen. En vergeet daarbij de slagen van drummer Jon Rice niet, die speelt alsof de duivel hem op de hielen zit. Het zorgt voor een onontkoombare trance waarbij, op momenten waarop het eentonig dreigt te worden, de band op het geschikte tijdstip toch weer de juiste psychedelische afslag kiest.
En hoewel van de dertien gespeelde songs slechts eentje (‘Solo la Morte Ti Ammanetta’) afkomstig is van de laatste soundtrackplaat, ontkom je tijdens dit hypnotiserende optreden niet aan een reis naar een wereld waarin het op zijn minst niet pluis is. Voorwaar geen geringe prestatie op een zwoele, doordeweekse avond. En indrukwekkend werd het.


