Jace Lasek en Olga Goreas richten in 2003 The Besnard Lakes op. Ze hebben dan hun eigen opnamestudio in het Mile-End stadsdeel van Montreal in Canada. Vruchtbare grond is dat, aangezien bijvoorbeeld Godspeed You! Black Emperor en Arcade Fire er ook hun oorsprong hebben. Maar het echtpaar besluit hun band naar een groot meer te vernoemen, bijna 2500 kilometer verder op de kaart. Een veel passender plek is er bijna niet, voor de dromerige en uitgestrekte rock van de band. Hun instelling om ver te blijven kijken brengt ze twee decennia later, en met zeven albums op zak, naar het door grachten omgeven Paradiso.
De muziek van The Besnard Lakes is geen motorboot, maar een sierlijk zeilschip. Het vijftal rockt live hard, niet op snelheid, maar op ouderwetse kracht. De baslijnen van Olga Goreas zijn grommende zwaargewichten en worden erg prima gespeeld. Ze neemt echter plaats in een stoel. Door een glijpartij over ijs in Amerika, heeft ze nu gips om één van haar benen. En wil ons daarom bewust maken voor allerlei soorten “ICE in the US”.

Ondanks de goede humor mag duidelijk zijn dat de band als geheel genoeg oprechte ideeën heeft. Zoals het prachtig universeel klinkende ‘Calling Ghostly Nations’, of een volhardend ‘People of Sticks’. Kevin Laing deelt daarbij hamerklappen uit aan zijn, naar behoren spaarzaam uitgeruste, drumstel. Waar het nodig is speelt hij snelle drumfills tussendoor, maar hij weet er toch mee weg te komen.
Elk nummer krijgt zo een krautrockachtig gedreun. Zo weet de band ook het allerjongste nageslacht in beweging te brengen. De band wijkt gedurende het optreden niet meer van deze zwevende koers af. Al helemaal niet bij de overweldigende shoegazekracht van ‘Albatross’. Live duurt de allerhardste passage nog een flink stuk langer dan op plaat. Tussen de noten zit over het algemeen veel ademruimte.
Maar helaas kan hetzelfde gezegd worden voor de grootte van het publiek. Aan de samenroepende kracht van de stemmen van de band ligt het niet, alle vijf de bandleden zingen in koor mee. De knappe hoge stem van Lasek valt het meest op. Hij is net zo loepzuiver als op plaat. En er komen allerlei virtuoze gitaarsolo’s en dikke gitaarlagen van de twee gitaristen voorbij, zoals tegen het eind in het fraaie ‘Refugee’. Nog zo’n nummer dat live een episch nummer wordt. En zo weten ze anderhalf uur in een schitterende anderhalf uur te veranderen.
Foto’s copyright Rob Veltman
