Pinkpop 2026: de zaterdag – Megaland, Landgraaf (20-06-2026) Modeontwerpers, working class attitude, en Oranjeshirts.

Met ruim vijftig edities is Pinkpop het oudste nog bestaande popfestival van Europa. Met dit jaar op alle drie de dagen een grote publiekstrekker: Twenty One Pilots, The Cure, en Foo Fighters. Naast het icoon uit de postpunk en new wave, The Cure, heeft de zaterdag in de breedte een sterk programma te bieden. Met een aantal bands dat ooit in de underground begon. Make A Fuzz was erbij en trotseerde de hitte.

Aan het Belgsiche Triggerfinger de taak om de zaterdag op Pinkpop te openen. De groep verloor in 2025 bassist Monsieur Paul Van Bruystegem na een lange ziekte. Er volgt geen eerbetoon aan het boegbeeld van de band, maar ze gaan gewoon spelen. Dat is wat Triggerfinger het beste kan. Een band die je altijd en overal kan neerzetten. Maar dat is tegelijkertijd ook wel een beetje het manco aan dit optreden. Zeker wanneer in het middenstuk de obligate bluesrock te veel overheerst. Ondanks dat het andere boegbeeld van de band, zanger-gitarist en vrouwenmagneet Ruben Block, het publiek probeert op te zwepen. Een echte uitschieter is er wel: een ronkende versie van ‘I Follow Rivers’.

Een stel antisterren uit Den Haag genaamd Wodan Boys komt halverwege de middag het kleinste podium van Pinkpop opschudden. En het moet gezegd: dat lukt het viertal prima. Met powerpop die tegen Franz Ferdinand en Oasis aanschuurt, krijgen ze het publiek in beweging. Muziekhistorisch besef kan het viertal stripfiguren eveneens niet ontzegd worden. Ze doen al gauw wat de Tröckener Kecks op Pinkpop 1991 ook al deden: met zijn allen stilstaan bij dit magische moment. Wat spelen op Pinkpop voor Nederlandse bands nog steeds is. Een aantal stevige punkpopnummers, met moshpits en een kleine wall of death tot gevolg, maakt de kleine zegetocht voor Wodan Boys compleet.

In een volle, zweterige tent weet Jehnny Beth, getooid met hoge hakken van modeontwerper Christian Louboutin, wat Sturm und Drang-rock inhoudt. Zo bewees ze eerder dit jaar op festival Grauzone. Met aan, jawel, Siouxie Sioux gerelateerde vocalen, maken zij en haar band massieve rock tussen metal en postpunk. En hoewel girlpower altijd welkom is, had de fitness-sessie met een bodybuildster uit het publiek nou ook weer niet gehoeven. Zeker niet wanneer het tempo van de songs wordt teruggeschroefd, zodat ze nog vaker vocaal kan excelleren. Er kan elk moment iets onverwachts gebeuren bij Jehnny Beth; het houdt het optreden van begin tot eind boeiend.

Met Boys Cry Too heeft het Vlaamse The Haunted Youth recent een uitstekende plaat vol emotioneel beladen shoegazepop gemaakt. In de goed bevolkte tent overrompelt het vijftal aanvankelijk, met aan de vroege My Bloody Valentine refererende bombastrock. Het subtiele van de plaat gaat ten onder aan dadendrang. Maar wanneer er meer lucht in het geluid komt, zoals in een onderhuids gebracht ‘Teen Rebel’, toont de band ook zijn gelaagde kant. Zeker in vinnige duels tussen toetsen en snaren, die uitgroeien tot hoogtepunten. Ondertussen waait een verkoelend windje door de bloedhete tent. En de shoegazetonen? Die blijven eveneens de juiste kant opfladderen, zoals in de instrumentale, zeer beeldende voltreffer ‘falling to pieces’.

De immer sympathieke Schotten van Franz Ferdinand kiezen op het hoofdpodium niet voor een gemakzuchtige greatesthitsshow. De formatie laat zelfs ruimte voor een elektronisch dansnummer als ‘Hooked’, van de laatste plaat The Human Fear. En hoewel het een energiek nummer is, danst frontman Alex Kapranos er toch wat onhandig op. Met fraaie, abstracte beeldprojecties houdt de band ook bij de overige drie nummers van die plaat toch de aandacht vast. En ja, ondanks alles zet het halve veld het uiteindelijk weer op een uitbundig dansen op prijsnummers als ‘Take Me Out’ en vooral ‘This Fire’.

Geen geouwehoer, maar een working class attitude. Dat is wat je krijgt bij de bulldozermuziek van het Britse IDLES. Logge, dissonante postpunkgitaren zetten de voorste rijen aan tot wilde moshpits en golven van crowdsurfers. De sloganeske, brute zang van Joe Talbot, samen met de hamerdrums van Jon Beavis, doet de rest. Gitaristen verdwijnen in het publiek, waarna ze al snel crowdsurfend én gitaarspelend het muzikale vuur nog verder opstoken. De ietwat drammerige politieke stellingnames van Talbot zijn op een zonnige zaterdagmiddag wellicht iets te veel van het goede. Hoe dan ook: het spoor van vernieling dat IDLES aanricht is een hoogtepunt van de dag.

Tom Smith van Editors oogt alsof hij net uit bed is gestapt. En misschien bleek het shirt van het Nederlands Elftal het eerste dat hij voorhanden kreeg. Maar dat terzijde: het gaat om de muziek en die is onverminderd uitstekend. Zoals in ‘Munich’, waar de baritonstem van Smith prachtig stuivertje wisselt met doeltreffende postpunkgitaarlijnen. Gitaren die ook prachtig gieren in een gloedvol gebracht ‘An End Has a Start’. Met schatplichtigheid aan The Chameleons. “It’s the seventh time we play at Pinkpop, but we never take it for granted”, zegt Tom Smith tegen het publiek. Het blijkt uit de fraaie afsluiter ‘Papillon’, waarop het enthousiaste publiek eensgezind meedeint.

Zoals altijd bij The Cure is het geluid vanaf de allereerste tonen, vandaag van ‘Alone’, kraakhelder afgesteld. Ook al worden sommige songs langzamer dan in het verleden gespeeld en haalt Robert Smith sommige vocale uithalen (‘Push’) niet meer: het stelt de band in staat om als magnifieke afsluiter van de dag te fungeren. Waarbij de in fraai Motörhead England-T-shirt gestoken bassist Simon Gallup met gonzende lijnen de lat hoog legt voor de andere bandleden. Zoals in de fraaie, percussieve versie van ‘Fascination Street’. Uitschieters te over in een enerverende set, waarin helaas geen songs van Pornography voorbijkomen. Uitschieters zoals een bijna naar Madchester neigende, opzwepende uitvoering van ‘From the Edge of the Deep Green Sea’. Robert Smith gaat uiteraard van treurig naar vrolijk: treurig in een aardedonkere versie van ‘Endsong’, waarin hij zichtbaar geëmotioneerd raakt. Of vrolijk wanneer hij het op een voorzichtig dansen zet in het zeer losjes gespeelde ‘Close to Me’. Het zijn slechts grepen uit een twee uur durende muzikale triomftocht van The Cure.

Foto’s copyright Pinkpop en Ben Houdijk (The Cure, Triggerfinger, Wodan Boys, Editors, IDLES, Franz Ferdinand, The Haunted Youth) en Bart Heemskerk (Jehnny Beth)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *