In de verzengende hitte wachten aan het einde van de middag zes mensen voor Paradiso. Gibby Haynes treedt sinds jaren weer eens op en heeft verrassende gasten meegenomen. Dertien tieners zullen onder zijn aanvoering liedjes van Butthole Surfers vertolken. De geduldig wachtende fans schuifelen de poptempel in en stuiten op een tafel met T-shirts, bemand door twee trotse vader. Ze geven graag tekst en uitleg over hun muzikale kroost. De zaal loopt langzaam vol. Opvallend veel mannen van middelbare leeftijd. Fans uit de vorige eeuw. Korte broeken, overhemden en sneakers. Er staan veertig mensen in de zaal als de tieners van The Scott Thunes Institute of Musical Excellence het podium betreden.

Scott Thunes heeft een aantal tieners een leerplek gegeven op zijn Institute of Musical Excellence. De dertien jongelui bezetten het podium van Paradiso en voelen zich er thuis. Ze spelen een set van tien liedjes. Naast ‘Gloria’ van Van Morrison en ‘Rock Lobster’ van The B-52’s speelt het gezelschap wat onbekendere progrocksongs. Na elk nummer wordt er haastig van instrument gewisseld.
Vijfendertig minuten musical excellence is wat aan de lange kant. Het enthousiasme vergoedt veel. Met ‘Uncontrollable Urge’ van DEVO is duidelijk dat er goede covers zijn gezocht en gevonden.

Victoria Shen a.k.a. Evicshen schuift een tafel met apparatuur voor het podium. Ze begint een soundscape die vijfenveertig minuten duurt. Het publiek krijgt piepende, krassende, krakende en veelal valse geluiden te horen. In de drie kwartier is hoogst zelden iets te horen waarbij de oordopjes even uit kunnen. Het is fascinerend om te zien en te horen waar Evicshen – woonachtig in San Fransisco – geluid uit tovert, maar het is herrie, ontregelende herrie.
Gibby Haynes is in de vorige eeuw een periode frontman geweest van Butthole Surfers. De Amerikaanse groep predikte punkrock en chaos. Concerten liepen volledig uit de hand en waren goede kost voor verhalen achteraf. Haynes was in alle gevallen opperhoofd chaos.
De tieners van The Scott Thunes Institute of Musical Excellence bestormen opnieuw het podium. De songs uit het oeuvre van Butthole Surfers worden vanavond door jonge, talentvolle muzikanten gespeeld. Geen van de dertien teenagers wil wanorde creëren. Ze spelen met veel plezier en talent. Haynes ontregelt waar mogelijk. Hij vloekt en tiert wat af, staat achter twee grote dozen met synthesizer, zingt af en toe een liedje en checkt of zijn zoon nog in de zaal is of ontsnapt is naar The Bulldog.
Veertien liedjes en als toegift nogmaals het openingsnummer ‘The Shah Sleeps in Lee Harvey’s Grave’ Het is een magere opbrengst voor veel bezoekers. ‘Cough Syrup’ komt nog het meest in de buurt van een hitje en er ontstaat een moshpit van vijf fans. ‘Alcohol’ is een song met een waarschuwing en ‘Jimi’ van de ep Hairway to Steven sluit de reguliere set af.
Het is al met al wat teleurstellend. Geen enkel nieuw liedje. Natuurlijk is er het talent van de tieners, de zorg van de ouders achter de tafel met merchandise, de onverstoorbare Evicshen, maar Gibby Haynes laat nauwelijks indruk achter. Hij loopt wat gekromd over het podium, verschuilt zich achter zijn dozen met apparatuur, noemt zijn begeleiders fucking talents en draagt een moeilijk te begrijpen LIDL-pet.
Gibby Haynes deed Amsterdam aan en het werd geen moment onrustig in de stad.
