De zinsnede Bleech 9:3 [foto rechts] klinkt als een Bijbelvers. Het is echter de naam die een viertal muzikanten uit Dublin heeft gegeven aan hun band. In de Amsterdamse popkathedraal warmt het gezelschap een goedgevulde zaal op. Door de speakers knalt ontstemde, scheefgetrokken rock. Dreigende ritmiek en emo-invloeden voeren de boventoon. De zang is verrassend fijngevoelig, maar af en toe ook wat over de top. Zanger Barry Quinlan waagt zich aan de deels vergeten kunst van dramatische zang.
De gotische vierpassen in de muren van de zaal worden fel verlicht door de schijnwerperstraal op de frontman. Zo maakt de band af en toe een spirituele indruk. Barry Quinlan gaat voor de hogere uithalen. In tegenstelling tot de bas van James Quinlan, die zo zwaar naar beneden gestemd is dat het grommende geluid ervan doet denken aan nu-metal van weleer. Voor het podium staat al een rij jonge fans. Ze gaan al helemaal los bij prijsnummer ‘Ceiling’. De groep valt uiteindelijk het meeste op door de songschrijfkunsten, niet zozeer door zware trefzekerheid.

Hoe anders is dat bij hoofdprogramma DEADLETTER. Met een massief en hard geluid brengt deze band zijn act. Vanaf de eerste tonen van ‘Purity I’ is het raak in de zaal, het publiek gaat los. Het is een nummer van de nieuwste en tot zo ver beste elpee van de formatie, Existence Is Bliss. Het album gaat over algemenere levensvragen. En zo redt de band zichzelf van al te veel protestpretenties. De dreinende ritmiek zet de toon voor de rest van het optreden. Zanger Zac Lawrence jut het publiek op door er al vroeg zelf in te gaan. Met een indrukwekkende doch nog redelijk beheerste podiumaanwezigheid houdt hij het publiek scherp.
De grote Spaanse kerkarchitect Gaudí zei ooit, ergens: “Om origineel te zijn ga je terug naar de origine”. Dat lijkt de Londense band in zijn optreden ook te doen. Zonder al te veel clichématigheid komen simpele, originele hardrockmelodieën voort uit de gitaren van Will King en Sam Jones. Drummer Alfie Husband tergt zichzelf door alleen de broodnodige dansbare grooves te spelen. Extra trommels op het podium versterken de ritmiek nog meer. De spanning wordt strak vastgehouden. Zoals in het gedurfde ‘More Heat!’. Het interessante aan dit hele verhaal zit hem erin dat de band op effectieve wijze het geluid van allerlei moderne gitaarbands samen weet te rapen.
Het jammere is wel dat de rustigere nummers minder goed overkomen. Het geluid is hard, maar ook log. Lichtere gitaarpassages verwaaien daarom in het gedreun van de drums. Titels als ‘What the World Missed’ zouden profiteren van een zachtaardiger geluid. De droge drift waarmee de band het optreden begint blijft ook precies dat, alleen droge drift. Aan het einde van de avond heeft de band wel degelijk indruk gemaakt en smaakt het optreden zeker naar meer.
Foto Bleech 9:3 door: Sol_Procter-Tarabanov (CC BY-SA 4.0) gemaakt 15 februari 2025, foto’s DEADLETTER uit het Make A Fuzz archief door Jan Rijk (openingsfoto) en André Rozendaal(foto in het midden)
