Bokkerÿers + Larrikino – dB’s, Utrecht (01-10-2026) De wolf in een pact met de duivel.

Foto’s: André Schröder

Het is ongewoon warm voor de tijd van het jaar en het terras van dB’s is gezellig druk met een heel divers publiek. DeWolffzanger en -gitarist Pablo van de Poel treedt vanavond op in Utrecht met een nieuw project: Bokkerÿers. Samen met drummer en jongere broer Vince en zanger Jordan Faber is Pablo in de legende van de Bokkenrijders gedoken en de inhoud van deze verhalen heeft naar eigen zeggen geleid tot “een aantal brute riffs.” Deze riffs in combinatie met de Limburgse volksverhalen leidden tot metalplaat Volksleed. Larrikino is gevraagd als opwarmer van de avond.

Het Utrechtse stonertrio Larrikino [foto hierboven] heeft inmiddels een mooie ep op zijn naam staan die vrijwel in z’n geheel gespeeld wordt. De band start gelijk lekker met ‘Bomber’. De titel roept associaties op met Motörhead en werkt door het repetitieve karakter van de riffs met de constante oversturing net zo overrompelend. Belangrijk verschil is dat Larrikino geen zang en daardoor geen traditionele songstructuren kent. De nummers rijgen zich aaneen en vormen zo een soort heavymetalsoundscape vol tempo- en stemmingswisselingen. Drummer Tony van Hussen lijkt de cues te geven waarop Roy van Schie en Chuy Smit de gitaren kunnen kruisen voor weer een nieuwe muzikale confrontatie. Mooi om te zien hoe de bandleden continu met elkaar in contact staan en als één rockend organisme functioneren.

Dat Bokkerÿers [openingsfoto en foto hierboven] een Limburgs project is, blijkt direct bij de intro. Terwijl rook de zaal vult, klinkt ‘Limburg Allein’ van volkszanger Jo Erens uit de speakers. Limburg is de bakermat van DeWolff en alles wat de muzikale broers Van de Poel ondernemen. Pablo is van Utrecht terugverhuisd naar Limburg en zag daardoor z’n jongere broer Vince weer vaker. Gezamenlijke jams met Faber hebben geleid tot het album Volksleed. De band, die op het podium aangevuld wordt met een extra gitaar en bas, komt op met geschminkte gezichten in de stijl van Alice Cooper. Ze genieten zichtbaar als na de intro middels ‘D’n Kelk’ de eerste zwaar groovende riff over het publiek kan worden uitgestort.

Zanger Jordan Faber contrasteert in alles met de rest van de band. Op blote voeten en in zwembroek gaat hij volledig op in de muziek en brult of grunt zijn teksten al stuiterend in de microfoon. Zowel Pablo als Jordan duiken direct het publiek in om het duistere feestje op gang te helpen. Jammer dat de zang vaak slecht te verstaan is, maar de energie van de band maakt heel veel goed. ‘D’n Jach’ zou met z’n stuwende riff en gitaarsolo niet misstaan hebben op een album van Judas Priest en vormt een hoogtepunt van het optreden. ‘Gesjneuveld’ wordt gedragen door een bezwerend ‘hammer’-riffje van Pablo en met ‘Limburg’ brengen ze een ode aan hun geboortegrond door het spelen van een overstuurd volkslied.

Bij ‘Ongenaeslik Ziek’ wordt de link met de Bokkenrijders duidelijk door te toelichting die Faber geeft. De song gaat over een ongeneeslijk zieke man die zich tot een heks wendt voor genezing, maar haar vervolgens verraadt, waarop de heks gruwelijk wordt terechtgesteld. Hiermee wordt de link gelegd tussen de legende van de duivelse Bokkenrijders en de historische werkelijkheid waarin veel onschuldigen op religieuze gronden beschuldigd en terechtgesteld werden in de tweede helft van de achttiende eeuw.

Waar DeWolff ondanks de stevige muziek toch altijd tussen de muzikale lijntjes blijft kleuren, gaat dit project er regelmatig lekker buiten. Bij het laatste nummer rollen de drums over het podium en galmt de feedback van de gitaren nog minutenlang na. In het publiek gaat iedereen vervolgens met een eigen emotie naar huis. Van verrast tot verrukt en verbaasd. Net als bij de legende is het verhaal van de Bokkerÿers met onzekerheid omgeven. Was dit een eenmalige uitstap of het begin van een nieuwe streekmetalsensatie? De tijd zal het leren.

Bokkerÿers

 

 

 

Larrikino

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *