De Rotterdamse band Library Card [foto hieronder] werd te midden van de corona-epidemie via Instagram opgericht. In hun thuisstad komen ze een vrijdagavond in Rotown openen. Met als gevolg een flinke rij voor de ingang van de zaal. De vier muzikanten spelen geëngageerde punk. Zangeres Lot van Teylingen wisselt af tussen een laat-alles-er-maar-uit-act en meer geraffineerde tekstpassages. De treffend treiterige baslijnen van Kat Kalkman tillen de songs naar een hoger niveau. Er is ook tijd voor headbangen, in bijvoorbeeld ‘Cognitive Dissonance’. Zo combineren ze spoken word met noisy rock, waarin echo’s van bijvoorbeeld Protomartyr terug zijn te horen.


Zanger Jack Grant van hoofdprogramma The 113 (the one-thirteen) [openingsfoto en foto’s hierboven en beneden] uit Leeds weet ook wel raad met het schrijven van gevorderde teksten. Hij heeft het in zijn rapachtige podiumtirades over bijvoorbeeld surveillance op inwoners van het Verenigd Koninkrijk. De steden van het land staan niet altijd bekend om hun prettige atmosfeer. Aan Londen komt zelfs de dubieuze eer toe de stad te zijn met de meeste camera’s van Europa.
Bezoekers van festival Left of the Dial herinneren zich deze broeierige band nog van de loodzware liveshow in 2023. Het begint dit keer net zo hard, met het nieuwe nummer ‘Leach’ van toekomstige ep The Hedonist. De nummers worden over het algemeen lang uitgespeeld, zoals bijvoorbeeld DEADLETTER dat ook zo goed kan. Het leidt al snel tot een drukke moshpit. Die komt tot een hoogtepunt tijdens de ijzeren marcheersong ‘Presence’. Het nummer bestaat eigenlijk vooral uit tussenstukken. De band weet daardoor het verloren gevoel van zijn omgeving over te brengen, waarin veel plekken aanvoelen als slechts een doorgang.
Er is ook tijd voor een rustig nummer. Het haalt op geslaagde wijze niet al te veel vaart uit de show. Al declameert Grant al snel “That the sobby stuff’s done.” Het metalen en holle gitaargeluid van de band laat zich hier wel vergelijken met bijvoorbeeld Eagulls. Op andere momenten komen verpletterende noiserockeffecten voorbij. Daarbij wordt het viertal niet echt geholpen door het zaalgeluid, waarbij af en toe één kant van de speakers lijkt uit te vallen.
Dit doet wellicht wat afbreuk aan de concentratie van de drummer. Aan het einde van de nummers zijn wat losse eindjes te bespeuren. Maar het blijft rauwe staalpunk wat het viertal speelt. Door alles eenvoudig en kernachtig te houden blijft er meer aandacht over om de zaal op stelten te zetten. En daarin valt de bassist nog het meeste op. Na afsluiter ‘Conscience’ klaagt hij bij de drukke merchtafel, over zijn van het spelen verkrampte hand. Dat kunnen tenslotte alleen de echte staalpunkers zeggen.

Library Card


Foto’s: Jan Rijk
