Een keer per jaar is het Record Store Day. Op die dag kun je unieke, eenmalige (her)uitgaves scoren van platen. Een pareltje van dit jaar is de uitgave op vinyl van Too Many Days Without Thinking van Swell uit 1997. De Amerikaanse band rond zanger/ gitarist David Freel, bassist Monte Vallier en drummer Sean Kirkpatrick is een van de meest ondergewaardeerde gitaarbands van de jaren negentig. Met unieke, tot de essentie gereduceerde psychedelische rock schopt Swell het in 1992 tot een Peelsessie, en de formatie treedt later op tijdens festivals als Lowlands en Pukkelpop. Daarnaast verschijnt Swell zowel op het doek als in de soundtrack van de Hollywoodfilm Duke of Groove. Geen slechte keus van de filmregisseur, want het oeuvre van Swell is even filmisch als muzikaal intrigerend.
Well…? (1991) en 41 (1993) zijn donkergrijze, atmosferische schetsen van de impact die de desolate buurt in San Francisco waar de formatie dan woont, heeft op de bandleden. De rauwe en zondige omgeving van 41 Turk Street, blijkt de perfecte plek om zo veel mogelijk herrie te kunnen maken. Met tijdens de opnames de ramen wagenwijd geopend naar buiten. 41 eindigt dan ook met de band die de trap af loopt, en vervolgens is de stank van voorbijkomende Amerikaanse bakbeestauto’s bijna te ruiken. Gesprekken op straat komen voorbij en de teksten van Freel worden nog eens voorgelezen, gewoon door de tandarts.
Het opnemen doet de band dan ook het liefst zelf, in het vervallen pand aan Turk Street 41. Door slechts een paar microfoons, op afstand over dragende balken gehangen, neemt men bijvoorbeeld het drumgeluid op. In de grootste open ruimte, met slechts een wijd gordijn als opdeling van de ruimte. Niet dat de opnamekwaliteit slecht is: de ruimtelijkheid van het huis is op de eerste drie albums overal hoorbaar. Van de kraakhelder afgestelde akoestische gitaren, de afgelegen drums, tot de luchtige mix maar vooral de leegte tussen de gespeelde noten. Swell beheerst de kunst van het weglaten tot in de perfectie.
Het schrijven van het vierde album Too Many Days Without Thinking begint eveneens in hun eigen studio in San Francisco. Maar na problemen met het uitbrengen, reist de band af naar Los Angeles, en verder. Zoals bassist Monte Vallier het omschrijft in een interview: “Omgeving is heel belangrijk op Swell-albums. Daarom konden we het album niet afmaken in Los Angeles. Die omgeving was verkeerd en dat wisten we niet totdat we daar heen gingen. New York was fantastisch, dat bracht het allemaal weer samen voor ons.”

In New York wordt de groep ditmaal bijgestaan door producer Kurt Ralske. Het is de eerste keer dat de band materiaal in een commerciële studio opneemt, en het is ditmaal ook meer rechttoe rechtaan rock dan voorgaand werk. Vallier; “We wilden niet weer hetzelfde album maken. We wilden in een iets andere richting gaan. We experimenteerden veel om onszelf verder te pushen.” Freel: “Het kostte tijd om uit te vinden wat we wilden. Het was gewoon een kwestie van tijd. We wachtten gewoon totdat er iets zou klikken.”
Toch is de door downers gevoede lethargie nog altijd de basis. Freel: “Als de muziek je doet voelen alsof je stoned bent, dan zijn we op het goede pad.” In een tijd waarin rockmuziek steeds bijtender en harder moet, heeft Swell een downtempo, old school akoestische insteek. Maar voor Swell-begrippen is dit zeker het meest zelfverzekerde en pittige werk. Zoals met opener ‘Throw the Wine’: het is een krachtige rocksong met gitaarriffs, waarin de frustratie van een op de klippen gelopen relatie op een directe manier tot uiting komt. Freels tekst van ‘Bridgette, You Love Me’ is ondubbelzinnig: “We’re living on my paper route, it’s alright / You’re shitting on the neighbours lawn, it’s alright / Cause I’m living on the menace in their eyes”.
Het is een voorbeeld van Freels ietwat gestoorde levensstijl: dagen verveeld doorbrengen, bedwelmd in een auto rondrijden door de stad, andermans grasveld maar eens wat extra verfraaien… En dan is er nog de prachtsong ‘At Lennie’s’, waarin het prachtige akoestische gitaargeluid zeker niet achterblijft. Hoewel toegankelijker klinkend dan tijdens de voorgaande platen, steekt de band boven het maaiveld uit door de fijn doordachte collages van geluid. En Swell weet te raken, niet door pure hardheid maar door het langzaam op het gemoed inwerkende aanzwellen van klanken en teksten.
Van de tot dan toe verschenen albums is Too Many Days Without Thinking misschien wel het meest verfijnde deel van de chronisch ondergewaardeerde Swell-discografie. Geen enkele band klinkt zoals Swell, en dat maakt de band nog steeds uniek. Vergelijkingen met Red House Painters, Ennio Morricone en Mazzy Star snijden enigszins hout, maar ook weer niet. David Freel overlijdt op 12 april 2022, op 56-jarige leeftijd. Niet geheel toevallig precies de datum van Record Store Day 2025. Met de heruitgave raken de enigmatische band en frontman niet in de vergetelheid.
