De noiserockers van A Place to Bury Strangers begonnen in 2004 in New York. Onder leiding van Oliver Ackermann is hun missie: de meest gestoorde popsongs schrijven. De snaarklanken worden bedolven onder lawines van gitaareffecten. Voor Ackermann zijn er nooit genoeg effectlagen: hij bouwt in de Death By Audio-studio zijn eigen gitaarpedalen. Met namen als ‘total sonic annihilation’, ‘apocalypse‘ of ‘absolute destruction’. Zo krijg je meteen ook een idee van hoe een show van de band klinkt. Live speelt de band altijd op maximaal volume waardoor je, als je goed luistert, die mooie melodieën wel degelijk kan horen.
Voorprogramma Kontravoid warmt de bezoekers van De Helling op. De man achter de gemaskerde aanwezigheid op het podium is de Canadees Cameron Findlay. Met stampende beats en schreeuwerige vocalen maakt hij hypnotische darkwavetechno. Het is in de zaal al behoorlijk mistig en zweterig op de helft van de set. De beats gaan steeds sneller. Kontravoid weet er uiteindelijk in te slagen een eigenzinnige en meeslepende atmosfeer te creëren.

A Place to Bury Strangers [foto’s] start meteen glorieus hard met ‘We’ve Come So Far’. Terwijl drumster Sandra Fedowitz de zaal toelacht, slaat Ackermann met zijn gitaar op het podium. Op plaat mogen de liedjes af en toe prettig luisteren zijn, live is dat een heel ander verhaal. Gierende cirkelzaaggitaren knallen spijkerhard door de zaal. Terwijl bassist John Fedowitz koeltjes dezelfde baslijnen blijft spelen. A Place to Bury Strangers is grondig psychedelisch, zoals ook blijkt uit de rondtollende lampen op het podium. De invloed van spacerockbands als Hawkwind of Spacemen 3, het soort bands waarvan je dus vanzelf gaat spacen, is niet ver weg. De bassist vervormt zijn tonen totdat het op een soort kosmisch gehuil lijkt.
Totdat het tijd is om met zijn drieën het publiek in te gaan, midden in de menigte. Wat gespeeld wordt lijkt niet eens meer echt op ‘een nummer’. Onder leiding van drumster Fedowitz mondt het uit in een gestoorde en simpelweg plezierige tribale jam, waarbij willekeurige omstanders zelf even mogen meedrummen. Zo vervaagt de grens tussen band en publiek wat meer. Als de band weer terug op het podium staat, haalt Fedowitz haar drumstel nog verder uit elkaar. Ze kan voor op het podium de oerschreeuwen van ‘Have You Ever Been in Love’ prima vertolken. Zodat de energieke hardgaze van het drietal des te meer indruk maakt.

