Solex [foto hieronder] alias Elisabeth Esselink heeft voor het optreden in Paradiso twee muzikanten, veel apparatuur en veel, heel veel filmpjes meegenomen. In eerste instantie vallen vooral de beelden op. Veel lijkt op zijn kop opgenomen. De filmpjes laten vooral bomen – het Vondelpark ligt tegen Paradiso aan – en brievenbussen zien.
Solex is terug omdat het album Low Kick And Hard Bob uit 2001 op vinyl is verschenen. Esselink en haar twee begeleiders spelen liedjes van die release, maar ook van The Laughing Stock of Indie Rock uit 2004. Musiceerde Solex in een vorig leven voorzichtige rock, anno 2026 speelt het trio goed uitgevoerde, af en toe pompende rock. ‘The Cutter’ van Echo & The Bunnymen is een goedgekozen cover in het half uur dat Solex speelt.

Kurt Vile [openingsfoto en foto rechts] is het schoolvoorbeeld van een artiest die zijn loopbaan in alle rust opbouwt. The Violators zijn een betrouwbaar fundament en Vile bouwt allerlei vastigheden in. Op het podium staan aanwijzigingen. Op de monitor zijn geschreven berichtjes te lezen. “Scream” en “Microfone” bijvoorbeeld. Vile en The Violators openen met ‘Red Room Dub’. Het is een instrumenteel liedje van het laatste album Philadelphia’s Been Good To Me. Na ruim drie minuten indierock is de zaal warm, de stem van Vile gesmeerd en zijn The Violators klaar om hun frontman bij te staan.
‘Zoom 97’ en ’99 BPM’ zijn daarna bij toeval twee liedjes met cijfers in de titel. De teksten van Vile zijn kleine verhalen. ‘Girl Like Alex’ en ‘Like Exploding Stones’ zijn niet diepgaand, maar zijn voor veel fans prettig om mee te zingen.

Kurt Vile verschuilt zich veel achter een wilde haardos. Over zijn podiumpresentatie is al uitputtend geschreven. “Hey” en “Thank you” zijn de door Vile meest geuite woorden tijdens een concert. Hij loopt veel heen en weer tussen de microfoon en een vals klinkend orgeltje dat achter op het podium staat. Vile oogt onrustig en is toch thuis op de planken.
‘Runner Ups’ wordt door Vile solo gespeeld. Het is een mooie, rustige uitvoering van een hitje van de langspeler Smoke Ring For My Halo, uit 2011. “Hey, how you are doing?” is plots een vraag aan het publiek na een liedje of tien.
Zo speelt Kurt Vile de bekendere liedjes uit zijn loopbaan. ‘Pretty Pimpin’ is een hitje uit 2015 en afsluiter ‘Walking on a Pretty Day’ wordt hartstochtelijk meegezongen. Drie toegiften worden er gespeeld. ‘Rock ‘O Stone’ is zo’n liedje dat zich vastbeitelt in het brein van de luisteraar. In ’99th Song’ speelt Vile de solo aan het eind en dan is opnieuw te zien en te horen dat gitaarspelen hard werken kan zijn. ‘Everytime I Look at You’ is een mooi liefdesliedje tot besluit.
Buiten Paradiso wordt ‘Rock ‘O Stone’ gezongen. Bezoeker Frank fietst achterop. Hij roemt het concert en Kurt Vile, maar stuit op een criticaster. De warme sound van de platen was afwezig. Frank biedt een biertje aan dat wordt afgeslagen. Hij stapt van zijn fiets en noteert Make A Fuzz in zijn mobiel. Hij belooft te lezen. Een stevige hand besluit een leuke ontmoeting.
