Metal Molly + Hister – Vera, Groningen (03-04-2025) Hello? We Are!

Halverwege de jaren negentig beleeft de eerste golf Belgenpopbands hoogtijdagen. Illustere namen als dEUS, Evil Superstars, Kiss My Jazz en Moondog Jr. leveren uitstekende platen af, en geven daarnaast enerverende optredens. Zo wordt mijn studentenbril vertrapt in de moshpit tijdens het weergaloze optreden van dEUS in 1994 te Vera, Groningen. Wonder boven wonder vind ik de bril na afloop terug op de vloer, en met wat terugbuigen van stangetjes heb ik deze nog jaren nadien kunnen dragen. Een andere Belgische band die mijn hart destijds sneller laat kloppen, is Metal Molly. De vindingrijke powerpop van prachtplaat Surgery for Zebra bevalt me uitstekend.

Het album verschijnt in 1995. In die tijd studeer ik als begin-twintiger in Groningen. Ik woon samen met een vriend in een mooi flatje aan de Bedumerstraat, waarvoor we slechts tweehonderdvijftig gulden totaal aan kale huur betalen. We brengen de dagen door met joints roken van onze zelfgekweekte wiet, in ons nest liggen, slap ouwehoeren, muziek luisteren, concerten, festivals, voetbalwedstrijden en housefeesten bezoeken, en tv kijken. En soms, als de wind eens een keer toevallig de goede kant op staat: studeren. Je had toen de Tempobeurs: ingesteld door onderwijsminister Jo Ritzen (wie kent hem nog?) om luiwammesen zoals wij bij de les te houden.

Je moet minstens tien studiepunten per jaar halen, anders wordt je basisbeurs omgezet in een lening. Ik haal op het hoogtepunt van mijn lamlendigheid elf studiepunten van de veertig. Net voldoende dus. Maar ik heb ook vrienden die twee jaar achter elkaar zelfs de Tempobeurs niet eens halen. Ondanks alles werk ik ’s avonds in de schoonmaak, waarmee ik zeshonderd gulden netto verdien per maand. Best veel voor een student in die dagen, zodat ik cd’s, concert- en housefeestkaartjes kan blijven kopen.

Maar mijn honger naar nieuwe muziek is zo groot dat ik voorafgaand aan het werk vaak langs ga bij Diskorent aan het Zuiderdiep om cd’s te huren. Om deze daarna uiteraard te hometapen. De winkel heeft vrijwel alle platen die de Verakrant en – nou vooruit – muziekkrant Oor aanbeveelt. En wanneer een album mij uitstekend bevalt, koop ik het even later gewoon bij Elpee in de Oosterstraat. Een van de platen is die van Metal Molly. Het nummer ‘Orange’ groeit uit tot een underground danshit in Vera en in danskroeg De Kar in Groningen.

Menig moshpit wordt met het nummer opgesierd. Het is, net als bijvoorbeeld ‘Suds & Soda’ van dEUS, een nummer dat zelfs dertig jaar later nog steeds dezelfde muzikale energiestoot bewerkstelligt: “Ik wil wild dansen, en wel nu meteen!!” In die dagen zie ik Metal Molly drie keer live tijdens uitverkochte optredens: uiteraard in Vera, in Theater Romein in Leeuwarden, en op Pinkpop. Wat ik me nog herinner, is de weergaloze stijl van inktvisdrummer Gino Geudens. De band is hoogstwaarschijnlijk ook niet vies van een jointje, met nummers als ‘Superskunk’ en teksten als “Took me to the nearest place, where I could be stoned”.

Ondertussen zijn we dertig jaar verder. Met ons is het goedgekomen: we haalden onze studies uiteindelijk met twee vingers in de neus. Blowen doe ik al jaren niet meer. Toch ging mijn ex-vriendin ervandoor met mijn Surgery for Zebra-cd, en raakte Metal Molly in mijn muziekbeleving in de vergetelheid. Zoals helaas met veel bands gebeurt. Totdat ik Metal Molly een paar jaar geleden herontdek. Ik schaf de cd voor 4 euro opnieuw aan via Discogs, eigenlijk schandalig weinig voor zo’n wereldplaat. En alles komt weer terug, met een hoofdrol voor de muzikale energie.

En dan is daar de aankondiging dat Metal Molly het dertigjarig jubileum van Surgery for Zebra komt vieren met een reünie-optreden in Vera. Ik twijfel geen seconde: gaan! Voordat het zover is, staat de Groningse band Hister [foto hierboven] op het podium. Het viertal maakt postpunk met als meest opvallende ankerpunt: vocalen in het Gronings. En hoewel de zangstem van Merel Weijer niet op alle momenten overtuigt, toont Hister aan dat het Gronings een rijk klankenpalet bevat dat uitstekend bij onderhuidse postpunk past. Ook het spel van gitarist John Krol eist de aandacht op. Het laveert venijnig tussen gitaarrock uit de jaren negentig (Motorpsycho) en de duistere postpunk van The Comsat Angels uit de jaren tachtig. Het resultaat is een onderhoudend optreden.

Om exact half tien betreedt Metal Molly [overige foto’s], onder de valse orgelklanken die op plaat ‘Flipper’ inleiden, het podium. Uiteraard is het trio ouder geworden, maar ze ogen allerminst als ouwe zakken. Gitarist en zanger Allan Muller oogt nog even guitig, en is in het begin van het optreden de aanjager van nummers als ‘Flipper’ en ‘Monday Is Queer’. Vanaf de eerste tonen lukt stilstaan me al niet meer, en als een bakvis zing ik de teksten mee. Al snel komt het topnummer voorbij  van de ongrijpbare tweede plaat The Golden Country: het met een onweerstaanbaar speels gitaarmotief opgesierde ‘Happiness (We’re All-In Shit Together)’.

Verrassend genoeg komt ook een aantal songs van de ep More Cheese langs, met als uitschieter een extra gejaagd gespeeld ‘Tupperware Women’, waarin het gitaarspel van Muller de kant van Gang of Four opgaat: grimmig en gortdroog. En dan is het natuurlijk tijd voor ‘Orange’, waarin het spelplezier van het drietal tot een hecht hoogtepunt leidt. Ik ga volledig uit mijn dak, voel de energie en hoop in mijn hart stiekem op een moshpit. Die er niet komt. Misschien maar beter ook: ik ben ondertussen wat kilootjes aangekomen en de lichamelijke conditie is tot onder het vriespunt gedaald. En toch: zoals zanger en bassist Pascal Deweze mij na afloop met een prachtig Vlaams accent vertelt:  “Het lijf is dan wel ouder en stijver, in ons hoofd blijven we altijd twintig.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *