Ulrika Spacek – Cinetol, Amsterdam (04-10-2017) Een heel goed bandje

Ulrika Spacek - © Peter Hageman

Een vroege bezoeker loopt naar het podium. Met zijn mobiel maakt hij een foto van de setlist die op de planken ligt. Een fotograaf ziet het goedkeurend aan. De zaal van Cinetol is nog leeg. De mensen met een kaartje hebben voorlopig een plek gevonden in het café naast de concertzaal.

Gitarist Rhys Williams wandelt naar binnen, zet een bierflesje neer, checkt zijn instrument en verdwijnt weer. Frontman Rhys Edwards komt door dezelfde zijdeur naar voren en stemt zijn gitaren. Ulrika Spacek toert door Nederland en heeft geen medewerker voor de flesjes water en de handdoeken. De groepsleden zorgen voor de eigen spullen en nemen zelf water of een biertje mee. Even daarna loopt de zaal vol.

Ulrika Spacek is een wat vreemde groepsnaam. De band vindt het eerste deel van de naam bij Ulrike Meinhof, een Duitse militante verzetsstrijdster die als lid van de Baader Meinhof Groep in de jaren zeventig van de vorige eeuw de Duitse politici op gewelddadige wijze voor de voeten loopt. Spacek is de achternaam van Sissy Spacek, de Amerikaanse actrice die in Carrie – de film naar een verhaal van Stephen King – onder het bloed een feest op de high school laat ontsporen. Ulrika Spacek is een naam die tijdens een avond vol alcohol wordt gevonden en de volgende ochtend katerig wordt goedgekeurd.

In 2014 richten Rhys Edwards (gitaar en vocalen), Rhys Williams (gitaar), Joseph Stone (gitaar en toetsen), Ben White (bas) en Callum Brown (drums), de groep op. De muzikanten uit Reading hebben eerder gespeeld in de formatie Tripwires en willen een andere weg inslaan. Het is niet zo dat de eerder gemaakte muziek wordt afgekeurd, maar het vijftal wil de ontwikkeling van de muziek met een nieuwe naam vieren. In 2016 verschijnt debuut The Album Paranoia, dit jaar is er Modern English Decoration.

Op het podium geven Edwards en Williams elkaar een zaklantaarn aan. De laatste stekkers moeten in de juiste dozen worden geplugd. Het tweetal loopt nog een keer de zaal uit en komt vijf minuten later, vanuit de zijdeur, langs het publiek naar het podium.

‘Cut Fuck’ is het openingsnummer. De alternatieve indie ofwel de postpunk moet even landen in de zaal. Bassist Ben White knielt naast zijn apparatuur en zoekt via een tuner naar radiosignalen. De groep speelt de eerste zenuwen weg en na een minuutje of twee gaat alles kloppen. Het geluid is niet te hard, de drums splijten de gitaarrock, de baslijntjes gaan lopen. In het applaus na het eerste nummer wordt afgeteld. “One, two, three, four”, en ‘Silvertonic’ wordt ingezet. Het geluid is zwaar en licht tegelijk, de ritmesectie vindt de juiste stenen voor het fundament en de gitaren geven het juiste tempo aan. Bij de bezoekers gaan de hoofden bewegen.

Thanks very much. It’s nice to be here Amsterdam”, begroet Edwards na de twee nummers het publiek. De nummers ‘Saw A Habit Forming’ en ‘Victorian Acid’ volgen en vormen een langgerekte muzikale drone. De gitaren klinken hypnotiserend, de woorden uit de mond van Edwards zijn niet te verstaan en schurken zich in de melodie van de nummers. Bij Ulrika Spacek zijn er momenten dat alles klopt. Zonder een pauze tussen de nummers zou er een lange, misschien wel eindeloze trance ontstaan.

We’re gonna play some songs from our first album now”, meldt Edwards. ‘Strawberry Glue’ van debuut The Album Paranoia past wonderwel bij de nummers van tweede langspeler Modern English Decoration. ‘I Don’t Know’ volgt. Voor het podium staan wat jonge fans, de ogen gesloten, de armen gaan omhoog en omlaag in vreemde bewegingen langs het lichaam.

Ulrika Spacek - © Peter Hageman

Op het podium draait White opnieuw aan de knoppen van zijn tuner. De gevonden muziek geeft een willekeurige en verrassende dimensie aan de muziek. ‘I Don’t Know’ klinkt als een apotheose, zou een afsluiter kunnen zijn maar is slechts een tussenstop op weg naar meer moois. ‘Full Of Men’ en ‘Ultra Vivid’ van het debuut volgen.

Na het laatste nummer verdwijnt de ritmesectie langs het publiek door de zijdeur. De drie gitaristen staan aan de zijkant van het podium en wachten even. Er is kort overleg. De weg naar de kleedkamer is lang en overbodig. Joseph Stone vraagt net hoorbaar voor wat bezoekers: “Is this the best gig of the tour?” Edwards antwoordt bijna spottend: “You mean this is our best gig ever?” Het trio jongleert vocaal nog even verder.

Williams vertelt het publiek  nog een nummer te willen spelen, maar niet te weten waar de ritmesectie uithangt. Onder gejuich stappen bassist en drummer terug de planken op. ‘Beta Male’ is opnieuw een nummer van The Album Paranoia. Nog eenmaal trekt de band een muur van gitaren op. Opnieuw is het bouwwerk niet dik en ondoordringbaar, maar poreus en prachtig. Het geluid is hard en dwingend. Na iets meer dan vijf minuten sluit de groep het nummer af. Ulrika Spacek eindigt niet met een explosie van gitaargeweld of met een schaamteloos gewelddadig klinkend slot. Het breekbare en kleine nummer ‘Everything, All  The Time’ is een drie minuten durende relativering van al het eerder gebeurde. Zo beëindigt het vijftal een avond met verschroeiende en verzengende gitaarrock op gepaste wijze. Ulrika Spacek is een heel goed bandje.

Ulrika Spacek - © Peter Hageman

Beeld: Peter/em>

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *