Temples – Tolhuistuin, Amsterdam (15-04-2017) Geoliede machine zou best wat meer mogen piepen en kraken

Eind 2014 staat Temples in een uitverkochte Tolhuistuin en speelt het daar nummers van debuutalbum Sun Structures. Nu, tweeënhalf jaar later, is de locatie aan de andere kant van het IJ opnieuw uitverkocht en zullen de Britten hun recent uitgekomen en langverwachte tweede album Volcano presenteren.

Temples heeft vanavond Creatures uit thuisland Engeland meegenomen. Het vijftal komt op en heeft zich gekleed voor de gelegenheid. De zanger draagt een bruin pak over een wit overhemd, afgemaakt met een rood strikje en puntige schoenen. De drummer draagt een cowboyhoed en bijpassend cowboyoverhemd. Het voelt wat vreemd om een Britse cowboy te aanschouwen. Creatures maakt muziek die de band zelf omschrijft als ‘western coast’. Het zijn ontspannen gitaarliedjes die je dikwijls meenemen naar spaghettiwesterns. De zanger beweegt op flamboyante wijze en doet daarmee denken aan Brooks Nielsen van The Growlers. Het is duidelijk dat Creatures relaxed wil ogen. Dat mislukt echter al snel als de monitors op het podium het niet doen. De band valt door de mand en blijkt helemaal niet zo relaxed; de zanger mompelt zelfs een “What the fuck is going on”. Er zit duidelijk een idee achter deze band, maar dat idee is wat geforceerd uitgevoerd en de muziek is niet bijzonder origineel – al helemaal het nummer met de van ‘Digital’ van Joy Division gestolen riff niet. Het “Alles goed? Lekker? Superlekker?” van de zanger even later kan de geklapte ballon niet meer redden. Het maakt dit optreden van een aardig spelend maar toch tenenkrommend Creatures meer geschikt voor een bruiloft dan een uitverkochte Tolhuistuin.

Temples is ook een band waar een concept achter zit – in hun geval de jaren zestig – maar deze Britten weten dat zich op veel natuurlijker wijze eigen te maken. Bij aanvang van het optreden is door de epilepsie-opwekkende lichteffecten meteen duidelijk dat Temples het vanavond groots wil aanpakken. Het geluid staat op stand ‘stadion’ en de dikke rook en felle lichten die van achter het podium komen maken de groep soms bijna onzichtbaar. Als de rook wat opklaart, aanschouwt het publiek de immer zorgvuldig gestylede bandleden: perfect geknipte Beatles-kapsels, een zwartfluwelen shirt en puntige gouden schoenen voor de zanger, een ouderwets brilletje voor de gitarist-toetsenist en een broek met wijd uitlopende pijpen voor de bassist.

In de tijd tussen het debuutalbum en de opvolger is Temples ruwweg van gitaarpop naar elektropop gegaan en de groep maakt een verstandige keuze door van beide platen evenveel materiaal te spelen. Opener ‘All Join In’ is hard, en dat geldt voor veel nummers. Of alle muziek van Temples geschikt is om zo loeihard te brengen, is twijfelachtig. In plaats van harmonieus samen te werken, lijken de instrumenten dikwijls te vechten om boven elkaar uit te komen. De afstemming van licht en geluid vanavond zou misschien beter tot zijn recht komen op een groot festivalpodium. Of dat waar is, zullen we deze zomer op Down the Rabbit Hole kunnen zien.

Na de opener worden de psychedelische gitaarliedjes van Sun Structures als ‘Colours to Life’ afgewisseld met de meer elektronische nummers als ‘Roman God-Like Man’ van nieuwe plaat Volcano. Dat gebeurt soms wel erg statisch en hoewel het publiek bij aanvang van elk nieuw nummer enthousiast herkenning toont, zakt de energie tijdens de nummers telkens wat weg als blijkt dat het wederom weer een erg letterlijke interpretatie van een liedje is. Vanaf het balkon is te zien dat iemand op zijn telefoon op teletekst de voetbaluitslagen nagaat en iemand anders de eventpagina van het concert op Facebook bekijkt, hoewel daar toch onmogelijk meer te zien kan zijn dan bij het concert zelf. De interactie van Temples met het publiek blijft bij “Amsterdam!” en “It’s good to be back.”

Jamsessies in oude nummers als ‘Sun Structures’ geven het optreden schwung en met name de psychedelische jam aan het eind van ‘Mesmerise’ toont aan dat Temples zich uitstekend redt als het zich buiten de gebaande paden van de studio-uitvoeringen waagt. Dat zou de groep zeker vaker mogen doen. Hoewel nieuwe songs als ‘Mystery of Pop’ aanstekelijk zijn, zijn het inderdaad toch de oudere nummers (waar de toetsenist zijn toetsen dikwijls verruilt voor een gitaar) die het optreden vooral de moeite waard maken. Dat wordt goed duidelijk als Temples na dertien nummers nog terugkomt met twee rockende en spetterende songs van het debuut: ‘A Question Isn’t Answered’ en ‘Shelter Song’.

Op deze manier wordt het optreden toch nog spectaculair afgesloten. Temples is een uitstekend spelende groep waar zowel live als op plaat soms iets te veel een productieteam achter lijkt te zitten – een geoliede machine die best wat meer zou mogen piepen en kraken. De bandleden zouden hun muziek live naar een hoger niveau kunnen tillen als ze wat minder binnen de lijntjes zouden kleuren en de creativiteit wat meer de vrije loop zouden laten. Bij momenten bewijzen ze vanavond dat ze daar zeker toe in staat zijn.

Beeld: Peter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *