Lankum + Iona Zajac – Paradiso, Amsterdam (26-11-2023) Oh Lordy Lord.

Lankum

De Schotse artieste Iona Zajac [foto hieronder] vervult niet alleen de rol van openingsact, maar fungeert ook als tournanny voor het peutertje van Lankums Radie Peat. Samen brengen ze een Schotse murder ballad ten gehore. Iona Zajac, geboren in Edinburgh, is een multi-instrumentaliste, songwriter en zangeres die haar tijd verdeelt tussen Dublin en Glasgow. Haar gitaarspel weerspiegelt de gefragmenteerde aard van haar songteksten; doorspekt met melancholische melodieën, ondersteund door een zuivere stem.

Ionaz Ajac

Hoewel de grote zaal van Paradiso al volledig gevuld is, nodigt de Ierse band Lankum [openingsfoto en foto’s hieronder] nóg meer gasten uit. Het publiek schikt wat in en maakt gewillig wat extra ruimte. Mythische figuren worden tot leven gebracht door tientallen traditionele instrumenten (waaronder draailier, doedelzak, accordeon), vocale harmonieën, moderne sonische experimenten en drones.

De muzikanten beheersen allemaal meerdere instrumenten en bespelen ze zelfs vaak tegelijkertijd. De band vermengt traditionele, donkere folk met psychedelische klanken en plaatst de Ierse muziek in een moderne, en onmiskenbaar rauwe context.

Radie Peat roept de hoofdrolspelers uit eeuwenoude verhalen op met haar intrigerende stem en harmonium. Haar melancholische, maar scherp getimbreerde zangstem gaat naadloos samen met de langgerekte, zware tonen van de Uilleann pipes van Ian Lynch. De samenzang van de broers Ian en Daragh Lynch betovert, terwijl de dreigende drums van John Dermody en het vioolspel van Cormac Mac Diarmada soms hoop bieden. Haaks op de aangrijpende verhalen en intense muziek staan de intermezzo’s, waarin tijdens het stemmen vrolijk wordt gepraat met elkaar en het publiek.

Lankum

Als eerste betreedt ‘The Wild Rover’ het podium, bekend – in vele gedaanten – sinds de 17e eeuw. Lankums versie verschilt aanzienlijk van het bekende publiedje met de “No, nay, never“-refreinen. De band geeft ‘The Wild Rover’ een droevige lading over armoede in een tien minuten durende, angstaanjagende openingsact waarin de akoestische instrumenten bruut klinken.

‘The New York Trader’ wordt ontvangen in een mysterieuze setting met meerdere lagen snaren en een draailier. Het traditionele lied, van de Ierse zanger Luke Cheevers, vertelt een huiveringwekkend verhaal dat lijkt op het korte proza van Edgar Allan Poe.

Tijdens het stemmen begroet Ian Lynch zijn ouders – en die van broerlief Daragh – die op het balkon zitten. Het publiek applaudisseert enthousiast om ook hen welkom te heten.

Na het aangrijpende ritme van ‘Young People’, waarin een pakkend beeld wordt geschetst van zelfmoord, volgt het kletterende geluid van ‘The Rocky Road to Dublin’, dat overgaat in ‘The Pride of Petravore’.

Daragh Lynch laat ook Sting even Paradiso binnenkomen, terwijl hij zwaait met de gebroken haren van de strijkstok waarmee hij zijn gitaar bespeelde. Hij vertelt dat de outro van ‘Petravore’ is gebaseerd op Stings ‘We Work the Black Seam’, waarop zijn broer ad rem reageert dat het gelukkig niet klinkt als: ‘De Do Do Do, De Da Da Da’.

De liefde voor hechte vierstemmige vocale harmonieën komt tot uiting in de tedere uitvoering van ‘On a Monday Morning’, wat het herkenbare gevoel oproept van ontmoediging en verlangen naar ontsnapping aan het begin van een nieuwe week.

Lankum

In onvervalst Iers accent bevestigt Ian Lynch de verhalen over het hen geweigerde optreden in Dresden vanwege hun activistische standpunt in de kwestie Israël-Gaza. Zijn statement dat het belachelijk is dat men niets zou mogen zeggen over het moedwillig terroriseren en doden van kinderen en onschuldige volwassenen omdat dit politiek gevoelig zou liggen, wordt met applaus onderstreept.

In ‘Ode to Lullaby’ wordt de deur van Paradiso geopend voor de jonge, onschuldige nazaat die nog onwetend is van het leed om zich heen.

Als vanzelf kruipt het publiek dichter tegen elkaar aan tijdens het duistere ‘Go Dig My Grave’, zowel voor een beetje steun bij elkaar als om ruimte te maken voor de wanhopige vader die thuiskomt en zijn suïcidale dochter levenloos aan een touw vindt. Radie Peats geweeklaag, gebaseerd op een eeuwenoud Keltisch ritueel tijdens een wake, grijpt iedereen naar de keel. In ruim acht minuten bouwt Lankum naar een verwoestend einde:

Oh lordy Lord
Oh lordy me
Oh Lord oh Lord
Oh lordy me

‘Cold Old Fire’ kan de impact van ‘Go Dig My Grave’ nauwelijks bedwingen, en de korte toegift die volgt is meer dan wenselijk. Even bijkomen. ‘Fugue III’ en ‘Bear Creek’ zijn vrolijke instrumentale afsluiters waarop het publiek lekker kan meeklappen, stampen en joelen.

Het publiek verlaat ontroerd de zaal, net als de tot leven gewekte figuren en verhalen. Hopelijk reizen ze gezamenlijk een poosje verder.

Lankum

Lankum

Beeld: Jan Rijk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *