Het heelal, planeten, sterren en melkwegstelsels zijn vanzelfsprekend voor veel bands een inspiratiebron om muziek over te maken. Voor het Belgische Hemelbestormer is het kosmische zelfs het centrale thema voor de instrumentale postmetal, die het kwartet uit Hasselt vanaf 2012 maakt. Vorig jaar verscheen de vijfde plaat The Radiant Veil, waarop de acht composities titels dragen van Oud-Etruskische planetennamen, zoals ‘Tiur’ of ‘Usil’. Op het podium vergezellen fraaie beeldprojecties over natuur en universum de geluidsmuur. Het werkt uitstekend en hypnotiserend, zo blijkt in een aardig gevuld Vera.

Het tegenwoordig als viertal spelende Gavran [foto hierboven] komt uit Rotterdam. De band opereert tussen doom en postrock. Op het zeer recent verschenen, prima en gevarieerde derde album The One Who Propels komt ook nog shoegaze voorbij. Live moet de band en met name zanger Jamie Kobić op gang komen, maar de lang uitgesponnen composities bieden genoeg ruimte om alles op zijn plek te laten vallen. Zoals in de fraaie, melodieuze riffs van ‘Okreni’. Beeldprojecties van bossen en waters geven de slepende composities, met af en toe kundig overstuurde zang, iets mystieks mee. Zo ontstaat een dwingend en onderhoudend optreden.

Het ombouwen van het podium voor het optreden van Hemelbestormer [overige foto’s] gaat verrassend snel. Het laat onverlet dat het massieve geluid vanaf de eerste zware tonen uitstekend afgesteld is. De geconcentreerd spelende muzikanten zijn meestal in het donker gehuld, om de aandacht van het publiek op de beeldprojecties minstens gelijk te verdelen. In de beeldende composities kunnen dynamiek en de kracht van de herhaling uitstekend naast elkaar bestaan. Ruimte voor improvisatie is er bijna niet, want af en toe lopen stem- en toetssamples synchroon mee.
De ritmesectie verstaat daarin de kunst van het weglaten uitstekend, zodat gruizige riffs ruim baan kunnen krijgen. Die op hun beurt een boeiend fundament zijn voor soms indrukwekkende postrockerupties in de lijn van Tarentel en Mogwai. Vier van de zeven composities komen van het laatste album, waarbij het zorgvuldig opgebouwde ‘Tinia’ het hoogtepunt van het concert is. De interactie is bewonderenswaardig: de rode beeldprojecties van het universum wisselen perfect stuivertje met de expressieve klanken van het nummer, zodat een haast meditatief moment ontstaat.
Het is slechts een voorbeeld van het meeslepende geheel van visuele en muzikale ervaringen, die laveren tussen topzwaar en berustend. Het leidt tot een louterend en imponerend optreden dat best nog wat langer dan een uurtje had mogen duren.

