Fuzz Club Eindhoven: de zaterdag (25-08-2018) Fransen stelen de show met surrealistisch psychfeest

Na een zeer geslaagde eerste dag van Fuzz Club Eindhoven met goedgevulde zalen en een sterk gevarieerd programma belooft het programma van de zaterdag opnieuw veel goeds. Aan het begin van de middag kan men in het Stroomhuisje naar muzikale documentaires kijken, maar pas later op de dag gaat het programma in de Effenaar weer van start. Eigenlijk zonde, want uitslapen tot een uur of twaalf zou ook goed genoeg zijn geweest. Dat de bezoekers er al eerder klaar voor waren, blijkt ook uit de direct goedgevulde zalen in de Effenaar, die een dag eerder pas later echt vol stonden.

Sonic Jesus

Veel mensen zijn ook afgekomen op het concert van Sonic Jesus, een psychrockband uit Italië – wat je overigens vrij goed kunt raden als je het uiterlijk van de bandleden ziet. De groep is een project van Tiziano Veronese en werd gevormd in 2012. In 2014 werd de band al door Fuzz Club op Eindhoven Psych Lab gepresenteerd.

Er staan zes man op het podium, waarvan sommigen duidelijk veel aandacht aan hun uiterlijk hebben besteed. De tamboerijnspeler – een instrument waarvan bij een groot aantal optredens van dit weekend veelvuldig gebruik werd gemaakt – heeft een grote zonnebril op, een tot ver naar beneden opengeknoopte bloes van gladde stof aan en een hangend kruisje in zijn oor. Achter het uiterlijk vertoon gaat echter een zeer ervaren spelende band schuil.

Er wordt afgetrapt met ‘Telegraph’ van de plaat Neither Virtue Nor Anger (2015) en de hoeveelheid fuzz op de gitaren doet de naam van het festival eer aan. De zang staat zoals wel vaker dit weekend nog behoorlijk zacht, maar dat wordt snel rechtgezet en tijdens tweede song ‘Sweet Suicide’ van hetzelfde album is het industriële geluid perfect. Overigens wordt er voornamelijk muziek van die oudere plaat gespeeld en komen nummers van nieuwste album Grace minder aan bod. Dat lijkt een goede keuze, aangezien de nieuwe nummers minder alternatief en fuzzy zijn. Halverwege komt een vrouw de band voor de duur van één nummer versterken, en hoewel ook haar microfoon te zacht staat afgesteld, geeft haar energie het optreden nog een extra boost. Sonic Jesus speelt een van de hardere shows van het weekend en doet dat zeer strak.

The Underground Youth

Na afloop van Sonic Jesus is de grote zaal aardig leeggelopen en opmerkelijk genoeg niet meer helemaal volgestroomd. Bij The Underground Youth staat in vergelijking tot de andere concerten van de dag dan ook heel wat minder publiek. Op papier is het een van de grotere namen van het festival, maar wellicht is de muziek van het Britse viertal, dat inmiddels in Berlijn woont, net niet spannend genoeg voor de bezoekers die al flink verwend zijn met experimentele geluiden.

De band staat met een klassieke muzikale opstelling op het podium, met als uitzondering een zeer uitgekleed drumstel. Drumster Olya Dyer, vrouw van oprichter en zanger Craig Dyer, drumt staand en slaat machinaal en met doffe klappen op de drums. Het is redelijk toonaangevend voor dit optreden van The Underground Youth: het ontbreekt aan spanning en is wat eendimensionaal. Opener ‘Outsider’ van nieuwste plaat What Kind of Dystopian Hellhole Is This? heeft minder reverb op de zang dan op het album en de drums knallen wel erg hard over de gitaren heen. Op nummers als ‘Hope & Pray’ wordt door enkele fans luidkeels meegezongen, maar het is vaak vooral de herkenning van de nummers die ze tot prettig om naar te luisteren maakt, en niet zozeer de manier waarop ze gebracht worden. Het optreden van The Underground Youth valt te omschrijven met een gevreesde term in recensies van alternatieve muziek: degelijk.

The Limiñanas

Als The Limiñanas om half elf aan hun show zouden moeten beginnen, wordt er op het podium nog volop aan de opbouw gewerkt. Overal staan instrumenten en liggen snoeren en papieren, en de bandleden proberen zonder vooraf bedachte volgorde hun soundcheck te doen. Het publiek wordt wat ongeduldig, maar na bijna twintig minuten extra opbouwtijd staat er dan toch een voltallige band op het podium: zeven muzikanten zijn dicht bij elkaar opgesteld.

De gitaren en keyboards van een van de bandleden zijn volledig beplakt met kleine gekleurde stickertjes en op de verhoging waar normaliter het drumstel staat, zit nog een achtste bandlid op een stoel: een man in lichtblauw pak met geruite stropdas en bruine schoenen, van wie de functie nog onbekend is. Het is een kleurrijke bedoening en direct bij aanvang blijkt dat dit optreden het wachten meer dan waard was. The Limiñanas vliegen er hard in met ‘Ouverture’ en vanaf dan wordt er nauwelijks pauze genomen, alsof de band de verloren tijd wil inhalen. ‘Malamore’, ‘Dimanche’, ‘The Gift’ en ‘Shadow People’: de ene na de andere song wordt dubbel zo goed en opzwepend ten gehore gebracht als op het album.

De variëteit is groot in wat er te horen én te zien valt: Franse en Engelse songteksten, door vrouw of man gezongen, met ukeleles, melodica’s of extra drums. De taak van de man in pak achterin wordt ook bekend: hij is er om nu eens ouderwets te swingen op de nummers die door de zaal stampen, om vervolgens weer bewegingsloos op zijn stoel te zitten en strak vooruit te kijken. Het geeft het publiek het gevoel in een surrealistische film als The Square te zijn beland.

Lovende woorden schieten tekort om het optreden – zowel de muzikale kwaliteit als het spelplezier – van The Limiñanas te beschrijven. De Fransen bewijzen dat fuzzy en psychedelische muziek niet duister of melancholisch hoeft te zijn, maar ook de grondslag van een ongelooflijk rock-‘n-rollfeest kan vormen.

The Black Angels

Zie dat als volgende band maar eens te overtreffen. Natuurlijk hebben we het niet over de minste groep, want The Black Angels (zie ook foto bovenaan) worden door velen gezien als helden van de moderne psychedelische muziek. Voor aanvang lopen veel mensen al in verwassen of zojuist gekochte  shirts van de band uit Austin rond en het is net als een dag eerder bij A Place To Bury Strangers goed vol in de grote zaal bij de headliners van het festival.

De vijf Texanen trappen zoals wel vaker af met ‘Bad Vibrations’ en het geluid is nog lang niet optimaal. De drums, waar dan ook flink op geramd wordt, staan hard afgesteld en de zang en gitaren vallen wat weg. Het duurt een handvol nummers totdat alles op zijn plek valt, maar vanaf dan spelen The Black Angels een strakke show. Misschien iets te strak, want ruimte voor variatie op de albumversies van de nummers is er niet veel. Wel maakt de groep goed gebruik van het ruime repertoire en worden zowel het concert als de songs uitstekend opgebouwd. Opvallend is dat enkele van de nieuwere nummers, zoals ‘Half Believing’ en ‘Currency’ (beide van nieuwste plaat Death Song uit 2017) tot de hoogtepunten van het concert behoren, terwijl de onlangs uitkomen albums ouder werk als Passover (2006) over het algemeen toch niet kunnen evenaren.

Met The Black Angels als headliner weet je dat je gegarandeerd een rotsvaste afsluiter van het avondprogramma hebt, maar ondanks de grote naam zal het optreden van de Amerikanen niet de boeken in gaan als het beste van Fuzz Club Eindhoven.

Beeld: Patrick Spruytenburg

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *