Black Midi – Oude Zaal, De Melkweg, Amsterdam (17-09-2019) Een avond met vooral zielloze dieptepunten

Klokslag 20.00 uur stapt zanger en gitarist Geordie Greep het podium van de Oude Zaal op. Drummer Morgan Simpson schuift zijn drumkit bij elkaar, roffelt een korte solo, staat op, herschikt de knot op zijn hoofd en verdwijnt weer. Cameron Picton gespt zijn basgitaar om, slaat wat snaren aan en stapt weg uit het licht. Greep checkt het hangertje voor zijn jasje. Black Midi maakt zich op om wat muziek te spelen, ze hebben plezier met elkaar, maar lijken de Melkweg als een repetitiekot te zien. Tien minuten is er vooral onderbroekenlol en geen contact met de bezoekers. Na veel flauwe grappen, af en toe wat geschreeuw in een microfoon, is het podium opnieuw leeg. Morgan Simpson maakt nog een wandeling over de planken en het is weer stil.

Twintig minuten te laat komen de vier groepsleden op. Greep hangt zijn jasje op, pakt een flesje drinken, neemt wat slokken, draait de dop op het flesje en gooit deze met een boogje op de grond. Vanuit een kapotte luidspreker klinkt “Are you ready to rumble?” en opener ‘953’ wordt ingezet. Ruim tien minuten later is na ‘953’ de song ‘Near DT, MI’ gespeeld en is single ‘Crow’s Perch’ langsgekomen. De groep speelt rommelig, slordig zelfs, speelt elk nummer in precies dezelfde versnelling en zoekt geen moment contact met het publiek. Het geluid is slecht, donker en diffuus. Van de teksten is geen woord te verstaan. De liedjes klinken inwisselbaar. Het is wat, drie tracks als twee druppels op water elkaar laten lijken. Na elk nummer is er kort applaus, maar het enthousiasme in de zaal is mager.

Het Engelse Black Midi verkoopt net de Oude Zaal van De Melkweg niet uit. Het viertal is sinds 14 mei op stap met Schlagenheim. Door de criticasters is het debuut onthaald als vernieuwend en sensationeel. De negen nummers op de release, singles ‘Crow’s Perch’ en ‘Talking Heads’ ontbreken, zorgen in ieder geval voor gespreksstof. Daarbij is de plaat op het beroemde label Rough Trade uitgebracht.

Bij ‘Speedway’ ontstaat er zowaar iets van een moshpit voor het podium. Ongeveer vijftien fans duwen en dansen wat tot ze halverwege het nummer de inspanningen staken. ‘Of Schlagenheim’ krijgt een intro van gitarist Matt Kwasniewski-Kelvin. De solo wordt op een valse gitaar gespeeld en lijkt meer fouten te bevatten dan goed gegrepen akkoorden.

Na iets meer dan zestig minuten wordt afsluiter ‘bmbmbm’ ingezet. Het moet gezegd worden, het nummer klinkt goed. Zelfs de moshpit wordt uit de zuigende, vettige modder getrokken en komt op gang. Na vier minuten  is de track voorbij. Black Midi loopt van het podium. Greep draalt even bij zijn jasje, trekt het aan en verlaat zonder te groeten de planken.

Het publiek verdient daarna een groot compliment. Van de tien mensen die na ‘bmbmbm’ om meer riepen, was meer dan de helft in de moshpit te vinden. Er wordt verder niet gefloten, er is geen boegroep en het applaus verstomt na minder dan een minuut.

In de hal staat één man voor de merchandisetafel. Of hij de aangeschafte vinylversie van Schlagenheim mag ruilen voor een T-shirt.

Beeld: Peter Hageman

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *