Midden tussen de Rotterdamse hoogbouw ligt Vessel 11, een voormalige lichtboot van geringe afmeting. Naast dat het dienstdoet als gastropub, is het een prima plek om goede nieuwe bands te ontdekken. Zoals het Australische dust, waarvan de leden in Nederland recent voor het eerst sneeuw hebben gezien. De bandnaam wordt zonder hoofdletter gespeld: je hoeft geen heldhaftige zangerscapriolen of epische meezingnummers te verwachten. De frisse mix van jazz, elektronica en gitaargeweld vult de uitverkochte en drukke bootskajuit.
Ze beginnen met vurige nummers van het vorig jaar opgenomen Sky is Falling. Met ‘Drawbacks’ en ‘Just Like Ice’ warmt de band het publiek flink op. Ondanks een soms wat overhaast spel, overtuigen de onstuimige dubbele zang en noisy gitaarriffs. dust weet zich te meten met andere Australische postpunkbands als CIVIC of R.M.F.C. De treffende saxofoonaccenten van Adam Ridgway geven het geheel nog een extra laag agitatie mee. Zanger Justin Teale heeft het in ‘Two Dogs’ over “my dreams …” De dromerige kant wordt dus ook flink onderzocht door het vijftal. Het is bijna geen moment stil. Met synthesizers en elektronische beats bouwen ze een constant geluidslandschap op.
Het geruis wordt onderbroken door lang uitgesponnen nummers waarin van alles gebeurt. Verwrongen Unwound-achtige baslijnen zorgen bij vlagen voor dreigende momenten. Anderzijds weten punkriffs voor een kleine moshpit te zorgen. Naarmate het optreden vordert, weet de band steeds meer te overtuigen. Het is wel jammer dat de saxofoon daarbij af en toe verdrinkt in de gitaarruis. De band eindigt met ‘Joy (Guilt)’, waarin zanger-gitarist Gabriel Stove zich van zijn meest oprechte kant laat zien. Het is een mooi einde van het dromerige optreden.
Foto van de Facebookpagina van dust
