London Calling: de zaterdag (27-05-2017) Van hippe punk tot tropische soul

London Calling is al 25 jaar een begrip in Paradiso. De popzaal biedt kleine, opkomende bands een podium. Hier krijg je de kans om artiesten die een paar jaar later zomaar eens heel groot zouden kunnen zijn – dat is natuurlijk geen garantie – te zien optreden voordat ze door alle anderen ontdekt zijn. Ook op een tropische zaterdag weet het publiek Paradiso te vinden in een zoektocht naar nieuwe pareltjes.

Kane Strang

Nadat de Amsterdamse Pip Blom in de kleine zaal de avond heeft geopend, staat de Nieuw-Zeelander Kane Strang op datzelfde podium, vergezeld van drie andere jongemannen. Ze lijken de puberteit nog nauwelijks te zijn ontgroeid – een van de jongens draagt toepasselijk een T-shirt van Rugrats (een tekenfilmserie, voor wie niet in de jaren negentig is opgegroeid). Kane Strang maakt korte indierocksongs met een simpele muzikale omlijsting, maar op dezelfde doeltreffende wijze als bijvoorbeeld Car Seat Headrest. Hij staat voor veertig minuten geprogrammeerd en speelt het klaar meer dan tien nummers te spelen. De meeste komen van zijn nieuwe album Two Hearts and No Brain, dat op 30 juni 2017 zal verschijnen. Songs als ‘Not Quite’ en ‘Oh So You’re Off I See’ zijn bij eerste beluistering al aanstekelijk en hoewel de basloopjes erg simpel zijn en ook het drumspel niet van hoog niveau is, is die eenvoud juist Strangs grootste troef. Op een enkele grungy schreeuw na wordt het nooit echt spannend, maar voor het podium heeft zich al een groep mensen verzameld die duidelijk fan is, en Kane Strang heeft met de release van zijn nieuwe plaat de potentie om die groep te laten groeien.

Childhood

Ruim drie jaar geleden bracht Childhood (zie ook foto bovenaan artikel) debuutalbum Lacuna uit en werd de band een zonnige toekomst voorspeld. In die drie jaar heeft de band weinig van zich laten horen, maar nu zijn de Britten terug met nieuwe single ‘Californian Light’ en nieuw album Universal High, dat op 21 juli 2017 uitgebracht zal worden. De vijf mannen, waaronder drie krullenbollen, kondigen in de grote zaal aan veel van het nieuwe album te gaan spelen en dat blijkt een tropische, groovy soulplaat te zijn. De band heeft de afgelopen jaren blijkbaar niet stilgezeten en staat hier met een redelijk veranderd geluid, dat doet denken aan Pharrell Williams in een gitaarband. Nieuwe nummers als ‘Too Old for My Tears’ en ‘Melody Says’, met hoge zang van Ben Romans-Hopcraft, zijn bijzonder zonnig en daarmee is Childhood vandaag de band die het tropische weer het best representeert. Hoewel het een aardig optreden is, excelleert de band nergens in het bijzonder in – op ‘Cameo’ haalt Romans-Hopcraft zijn uithalen nauwelijks – en echte prijsnummers zijn er ook weer niet. Het optreden van Childhood is zonnig, maar niet memorabel.

TRAAMS

Als de dromerige liedjes van Hazel English in de kleine zaal afgelopen zijn, mag het Britse TRAAMS de boel wat opschudden in de grote zaal. Na het gruizige debuut Grin (2013) kwam het drietal in 2015 met het meer gepolijste Modern Dancing, maar vergis je niet: TRAAMS is absoluut niet soft geworden. Met nummers als ‘Head Roll’ en ‘Silver Lining’ laten de drie het publiek snel op stoom komen met het harde, ijzersterke gitaar-, basgitaar- en drumspel. De dynamiek op het podium is geweldig. De bebrilde zanger Stu Hopkins loopt het hele podium over en speelt vaak met één been ver voor zich uitgestrekt. Bassist Leigh Padley is lang en dun en is met zijn beweeglijke gitaarspel een lust voor het oog: een echte baas op de bas. Adam Stock is een beest op de drums. Als het publiek eenmaal flink opgewarmd is, sluit TRAAMS af met de geweldige nieuwe song ‘A House on Fire’ en het oude ‘Klaus’. Na elke instrumentale jam binnen die laatste songs krijgt de band veel applaus. TRAAMS laat een verpletterende indruk achter en zal vast niet voor het laatst in de grote zaal van Paradiso te vinden zijn.

She-Devils

Door een verschuiving in het blokkenschema (Goat Girl viel weg) staat She-Devils een stuk later in de kleine zaal dan in eerste instantie het geval zou zijn. She-Devils bestaat uit Audrey Ann Boucher, een frêle vrouw met kort zwart kapsel en donkere make-up, en Kyle Jukka, die allerlei vreemde geluiden uit panelen laat komen. De verplaatsing naar later op de avond was niet de voordeligste beslissing voor de muziek van het tweetal uit Montreal, want mensen hebben het inmiddels erg gezellig en achter in de kleine zaal bij de bar wordt er luid gepraat. Het naakte geluid van She-Devils gaat daardoor soms ten onder aan het oorverdovende geklets. Het getuigt van weinig respect om een zangeres die zonder enig instrument op het podium staat zo te overstemmen. De liedjes van She-Devils van het onlangs uitgekomen debuutalbum zijn aanstekelijk en de zang van Boucher is bijzonder zuiver. In ‘Make You Pay’ zingt Boucher met indringende ogen herhaaldelijk “I’ll make you pay for this / I got a gun in my pocket / And I’m ready to fire” en ze weet de aandacht goed vast te houden. Na afloop krijgt het tweetal gelukkig een groot applaus en zo krijgt She-Devils van het publiek toch nog de eer die artiesten verdienen als ze zich inzetten op een podium.

Priests

Het Amerikaanse Priests mag de kleine zaal nog wat warmer maken met nieuwerwetse punk. Zangeres Katie Alice Greer is een opvallende verschijning en draagt punk uit op een nette manier. Een beetje zoals een advertentie van de H&M voor een door punk geïnspireerde collectie er uit zou zien. Ze wordt geflankeerd door een wat oudere, gezette gitarist en een jonge bassist. Op de drums speelt Daniele Daniele. Priests heeft een eigen platenlabel waar het ook de eigen albums op uitbrengt en doet op die manier alles zelf. Greer smeert over minimalistische postpunkgeluiden schreeuwerige vocalen uit en de sound die ontstaat is hard genoeg om punk te zijn, en aanstekelijk genoeg om hip te zijn. Nummers als ‘Jj’  en ‘Personal Planes’ overtuigen. Het publiek voor het podium – met name mannen van middelbare leeftijd – slaat enthousiast aan het moshen. Een welkome en onverwachte pauze ligt in het minimalistische ‘No Big Bang’, waar drumster Daniele zich vocaal laat horen met spreekzang en Greer haar af en toe bijvalt. Priests maakt muziek die zowel oude punkers als jonge hipsters kan aanspreken. Laten we het maar hipsterpunk noemen.

Pond

Hoewel de grote zaal om half twaalf al iets leger is dan eerder op de avond, kan Pond zeker als een van de grotere namen op deze zaterdagavond gezien worden. De naam Pond is onlosmakelijk verbonden met Tame Impala: drie van de huidige bandleden van die laatste, recent in Nederland doorgebroken band speelden ooit in Pond. De connectie ligt niet alleen in de gemeenschappelijke oorsprong (Australië), maar ook in het geluid van de twee groepen. Beide maken licht-psychedelische, elektronische muziek. Pond doet dat echter met iets meer uitstapjes en risico, en dat resulteert in briljante songs aan de ene kant en missers aan de andere. De beste songs speelt Pond aan het begin van de avond, nadat het met introsong ‘30000 Megatons’ van nieuwste plaat The Weather het optreden heeft geopend. Het fantastische en extreem dansbare ‘Elvis’ Flaming Star’ volgt. Natuurlijk is het goed om er direct goed in te knallen, maar door meteen al met het beste te beginnen, gooit Pond zijn eigen glazen een beetje in. Vanaf het uitstekende begin met een aantal zeer goede nummers, wordt het moeilijk die ingezette weg vol te houden. Nieuwere nummers als ‘Sweep Me off My Feet’ en ‘Paint Me Silver’, waar de vergelijking met Tame Impala met tropische keyboardgeluiden een hoogtepunt bereikt, zijn leuk om te luisteren, maar missen toch net wat overtuigingskracht. Tijdens het gehele optreden staat de bas bovendien wel erg hard afgesteld. Misschien ligt het aan de warme lange dag die men al achter de rug heeft, maar het ontbreekt Pond vanavond aan de kracht om iedereen tot het eind van het optreden in de zaal te houden.

Beeld: Peter Hageman

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *